Jeugdzorg
“Een leefbaar Maassluis heeft een veerkrachtige jeugd!”
12.1 | Recht op een goede start en gelijke kansen
Leefbaar Maessluys vindt dat ieder kind recht heeft op een goede start en gelijke kansen. In sommige gezinnen is daarbij extra ondersteuning nodig, bijvoorbeeld bij opvoedvragen, trauma’s of een scheiding. Ook zijn er kinderen die geboren worden met een (psychische) aandoening of er één ontwikkelen tijdens hun jeugd. Al deze kinderen vallen onder de Jeugdwet en daarmee onder de zorg van onze gemeente. Helaas lopen veel kinderen, jongeren en ouders vast wanneer zij gespecialiseerde hulp nodig hebben. Vanuit het oogpunt van kansengelijkheid én het Kinderrechtenverdrag is dat onaanvaardbaar.
Daarnaast is een goed jeugdzorgbeleid essentieel omdat het de grootste uitgavenpost vormt binnen de gemeentelijke begroting. Zorgvuldigheid, effectiviteit en preventie zijn dus niet alleen belangrijk voor het welzijn van onze jeugd, maar ook voor een houdbare financiële koers.
12.2 | Investeren in preventie
Leefbaar Maessluys vindt dat er meer aandacht moet komen voor het welzijn van kinderen en jongeren, door de leefomgeving te verbeteren en te investeren in preventieve voorzieningen. Wij zijn echter van mening dat preventieve maatregelen alleen effectief zijn als ze direct worden ingezet bij de toegang tot de jeugdhulp.
Daarom is het essentieel dat professionals bij de toegang werken met de Gedeelde Verklarende Analyse (GVA). Een goed uitgevoerde GVA maakt in één oogopslag duidelijk wat een kind nodig heeft - en wat niet. Dat is niet alleen in het belang van het kind, maar ook in dat van de gemeente.
Door meteen de juiste hulp in te zetten, voorkomen we dat kinderen van traject naar traject worden doorgeschoven. Investeren aan de voorkant betekent besparen aan de achterkant.
12.3 | Kiezen voor wat werkt: passende hulp
Leefbaar Maessluys vindt dat in de jeugdhulp alleen ingezet moet worden op bewezen effectieve interventies. Het gebruik van interventies zonder bewezen effectiviteit kent vaak een hoog “baat het niet, dan schaadt het wel”-gehalte.
Dergelijke aanpakken zorgen ervoor dat kinderen van het ene jeugdhulptraject in het andere terechtkomen - zonder echte vooruitgang. Dat is niet alleen schadelijk voor het kind, maar ook onnodig kostbaar voor de samenleving. Effectieve hulp begint bij bewezen aanpakken. Geen verspilling, wel resultaat.
12.4 | Wachtlijsten? Het kind kan niet wachten!
Leefbaar Maessluys vindt dat wachtlijsten in de jeugdhulp niet in het belang van het kind zijn. Het Kinderrechtenverdrag is helder: kinderen hebben recht op de hoogst mogelijke mate van zorg, hulp en ondersteuning.
Daarom pleiten wij ervoor dat, wanneer er wachtlijsten zijn binnen het gecontracteerde jeugdhulpaanbod, er direct gekeken wordt naar niet-gecontracteerde aanbieders die wél passende hulp kunnen leveren.
Het recht op hulp mag niet afhankelijk zijn van contracten of systemen. Het belang van het kind moet altijd voorop staan.
12.5 | Doeltreffende aanpak tegen kindermishandeling, huiselijk geweld en seksueel geweld
Ook in Maassluis zijn er slachtoffers van kindermishandeling, seksueel geweld en huiselijk geweld. Leefbaar Maessluys vindt dat hulp aan deze slachtoffers direct en effectief beschikbaar moet zijn. Daarvoor is een toereikend hulpaanbod essentieel - op elk moment. Niet alleen slachtoffers, maar ook getuigen en plegers van geweld hebben passende ondersteuning nodig om herhaling te voorkomen.
Daarnaast pleiten wij voor meer inzet van tijdelijke huisverboden. Dit beschermt het slachtoffer en creëert ruimte voor hulpverlening. Een krachtige aanpak van geweld vraagt ook om voldoende en laagdrempelige crisisopvang. Veiligheid mag nooit op zich laten wachten.
12.6 | Geen harde knip op je 18
In De Jeugdwet biedt de mogelijkheid om jeugdhulp tot 23 jaar voort te zetten, mits de hulp nog nodig is en niet onder andere wetgeving valt. In de praktijk verloopt de overgang van 18-min naar 18-plus echter vaak problematisch.
Een warme overdracht ontbreekt regelmatig, en de zorg stopt abrupt zodra een jongere 18 wordt. Deze “ harde knip” leidt in veel gevallen tot kwetsbaarheid en zelfs dakloosheid onder jongeren.
Leefbaar Maessluys vindt: jeugdhulp mag pas stoppen wanneer de ‘Big Five’ van bestaanszekerheid op orde is:
Wonen
Werk of dagbesteding
Inkomen
Onderwijs
Zorg en ondersteuning
Zorg moet aansluiten op het leven van jongeren - niet op hun geboortedatum. Alleen dan kunnen zij veilig en zelfstandig hun toekomst opbouwen.
12.7 | Beter beleid in plaats van meer geld
In het debat over jeugdzorg pleiten sommige partijen voor meer geld, terwijl anderen juist willen bezuinigen. Leefbaar Maessluys vindt: meer geld is niet per se de oplossing.
Jeugdhulp wordt pas écht goedkoper en effectiever als gemeenten kritisch kijken naar hun eigen praktijk en durven af te wijken van de automatische reflex om meer middelen te vragen.
Wat wij willen is:
Realistische verwachtingen: de overheid kan niet elk probleem van elk kind oplossen.
Een samenleving waarin inwoners zélf de maatschappelijke agenda mee bepalen, met de gemeente als ondersteunende kracht.
Serieuze aandacht voor het Kinderrechtenverdrag en de rechtspositie van ouders en jongeren.
Betere ondersteuning van uitvoerende professionals, die nu vaak onder druk staan van ouders, media of beleid.
Duidelijkheid richting eisende inwoners: de gemeente is geen "u vraagt, wij draaien"-organisatie.
Meer aandacht voor stille, kwetsbare inwoners die geen hulp vragen maar het wél nodig hebben.
Een kritische blik op het eigen beleid: minder beleidsambtenaren, meer ruimte voor praktijkkennis.
Nauwere samenwerking tussen inkoop en uitvoering, zodat er gekozen wordt voor kwaliteit, niet voor degene die het best een aanbesteding weet te schrijven.
Inzicht dat het overaanbod van commerciële aanbieders vaak leidt tot meer problematiseren en medicaliseren van kinderen - terwijl het belang van het kind centraal moet staan.
Deze visie wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Al meer dan 50 jaar laat de jeugdzorg zien hoe boemerangbeleid werkt: we doen wat we altijd deden, en krijgen wat we altijd kregen.
Het is tijd voor fundamentele verandering. Niet meer geld, maar doeltreffender beleid.
12.8 | Naar échte jeugdzorg: lokaal, integraal en mensgericht
Na de decentralisatie van de jeugdzorg is het tijd voor de volgende stap: de transformatie. Leefbaar Maessluys ziet deze transformatie als een kans om met een brede blik te kijken naar wat jongeren en gezinnen écht nodig hebben.
Jeugdhulp is vaak niet de kern van het probleem. Soms is er eerst schuldhulpverlening nodig, of praktische hulp bij opvoeding, huisvesting of psychische problematiek van ouders. Deze onderliggende problemen zijn regelmatig de oorzaak van onbedoelde verwaarlozing.
Wij pleiten daarom voor een integrale aanpak, die leed voor kinderen voorkomt én kosten voor gemeenten bespaart.
Wij pleiten voor:
Een hooggespecialiseerd wijkteam dat onder verantwoordelijkheid van het college werkt met een holistische blik.
Wijkgerichte voorzieningen zoals:
Wijkpleeggezinnen en wijkpleegzorg
Wijkjeugdbescherming en wijkagenten
Wijkscholen en een wijkhuis (opvanghuis voor max. 6 maanden, om uithuisplaatsing binnen de wijk mogelijk te maken)
Iedere school draagt 2 à 3 gezinnen aan die als pleeggezin kunnen fungeren binnen de wijk.
Een sterk wijkmaatschappelijk werk.
Daarnaast:
Het ontbreken van passend onderwijs is vaak aanleiding voor een jeugdbeschermingsmaatregel, terwijl zo’n maatregel geen garantie biedt op passend onderwijs.
Daarom is ontschotting van de budgetten voor jeugdzorg en onderwijs noodzakelijk.
Iedere school moet zorgen voor een passend en dekkend aanbod voor kinderen die dreigen uit te vallen of thuiszitter zijn.
Tot slot pleiten wij voor de oprichting van een onafhankelijk netwerk van ervaringsdeskundigen: ouders en jongeren die hun ervaringen inzetten om de transformatie vanuit de praktijk vorm te geven.
Transformatie begint met luisteren, verbinden en durven kiezen voor wat écht werkt.
12.9 | Rechtsbescherming is een kinderrecht
Leefbaar Maessluys hecht groot belang aan de rechtsbescherming van jongeren en hun ouders binnen de jeugdhulp. Iedereen moet kunnen rekenen op een eerlijke, transparante en zorgvuldige behandeling.
Daarom vinden wij dat:
De Verordening Jeugdhulp, opgesteld door het college, altijd in lijn moet zijn met het Kinderrechtenverdrag, de Grondwet en de Jeugdwet.
Jongeren actief betrokken moeten worden bij elk besluit dat over hén wordt genomen.
Ouders en jongeren duidelijke informatie krijgen over wat zij kunnen verwachten van de hulpverlening.
Ouders en jongeren weten wat hun rechten zijn, en wat ze kunnen doen als ze niet tevreden zijn over de hulp.
Rapportages zorgvuldig worden opgesteld, en ouders en jongeren de mogelijkheid hebben om te reageren en correcties aan te brengen.
Er toegang is tot een vertrouwenspersoon die onafhankelijk is van de hulpverlening.
Ouders en jongeren ook toegang hebben tot een onafhankelijke klachtencommissie.
Een rechtvaardig jeugdhulpstelsel begint bij luisteren, informeren en serieus nemen van degenen om wie het gaat: jongeren en hun ouders.

